Het was in de periode dat ik last had van ‘nachtelijke onrusten’… Om de een of andere reden lukte het me niet meer om te kunnen doorslapen en dat brak me op! Toen ik overdag ook nog eens als een hyperactieve-kip-zonder-kop rondliep, vroeg jij je af of het goed zou zijn eens – samen – wat extra rust te pakken. Je had een ‘supergoed idee’, een verrassing geregeld. Ik was er best gespannen over, want ik houd dus niet van verrassingen, waardoor ik ‘s nachts nog slechter sliep dan normaal.
De dag van ‘de grote verrassing’ bleek gelukkig niet lang op zich te laten wachten, datzelfde weekend zaten we in een of ander ‘Health & Wellness Center’, waar ik totale rust zou moeten kunnen ervaren. Dat de muren hier al heel snel op mij af zouden komen en de onrust er alleen maar sterker werd, wist ik op dat moment nog niet.
Ik zag de twinkeling in jouw ogen, je keek er echt naar uit. Wat was je lief voor mij! Samen met jou zou ik een heel weekend genieten. Jouw aandoenlijk zorgen en liefkozingen tussendoor maakten dat ik glimlachte bij iedere uitdaging; van klankschalen, naakt rondhangen in veel te heet en ook veel te koud water, tot het ‘Health & Wellness Taste Restaurant’ aan toe.
Het eerste wat we deden was een klankschalensessie. De Meester droeg een paardenstaart en een luierbroek met daarboven een naveltruitje, hoe hip!
‘Schaam je niet, sommige mensen ervaren zoveel rust, dat ze in slaap vallen, laat het maar gebeuren,’ zei de Klankschalen Meester zalvend.
Yes! dacht ik verwachtingsvol, want wat was ik toe aan slaap. Dus ik ging ontspannen zitten met mijn ogen dicht en begon al te dommelen, maar bij iedere slag op een van die schalen schrok ik ervan. Alsof het plaatselijke carillon was binnengezet! Met grote ogen keek ik recht in de navel van de meester. De ergernis nam daarna verder toe doordat een dikke man naast jou luid begon te snurken. Na een tijdje vroeg ik mij af of het al bijna klaar was, dus ik keek je vragend aan.
‘Nee, joh,’ fluisterde je. ‘We zijn pas net begonnen, vijf minuten of zo.’
Een ruige motormuis, gezeten in de hoek van de ruimte, begon plotseling als een klein kind te huilen.
‘Het is goed, laat het er maar zijn,’ zei de Klankschalen Meester. ‘Helemaal goed, het mag er zijn.’
Helemaal wél erg, dacht ik, het werkt op mijn zenuwen. Intussen begon mijn maag te knorren. Ik hoopte dat jij het ook al genoeg vond maar jij was ook in slaap en snurkte bijna nog luider dan je buurman. Ieder nadeel heeft zijn voordeel, nu kon ik dus zonder commentaar weggaan. Gauw ging ik naar het restaurantje in de hoop op iets als een broodje kroket. Iets opbeurends.
‘Nee, kroketten hebben we niet, maar al onze burgers zijn volledig op plantaardige basis, zoals de rodebietenburger, de notenbloemkoolburger, zoete-aardappelpuree met zuurkoolsalade, of de bloemkoolpizza’s met een bloemkoolbodem.’
Ja, ja, salades met lupine of edamame bonen, wie wordt daar blij van? Zo kun je de lekkerste dingen nog vies maken, dacht ik geërgerd. Ik wierp een blik uit het raam en zag de zonneschijn uitnodigend schijnen op het Friet Paleis, precies tegenover het ‘Health & Wellness Center’.
Na jouw dutje gingen we de sauna verkennen. Al binnen vijf minuten was ik gestoofd – geërgerd – door een ouder echtpaar dat niet van elkaar kon afblijven. Het enthousiasme van de man was duidelijk zichtbaar.
‘Onfatsoenlijk, toch?’ fluisterde ik tegen je.
Jij haalde je schouders op. ‘Ik hoop dat alles bij mij het nog zo goed doet, op die leeftijd.’
Er waren ook twee dames, die veel te luidruchtig praatten over alle vernieuwingen op de menukaart. Ze bleven eindeloos zwammen over de heerlijke in-de-schil-gebakken patatjes. ‘Nog lekkerder dan mijn moeder ze vroeger bakte.’
Wat? Waar stonden die frietjes dan op de menukaart, of waren zij wél naar het Friet Paleis gegaan? Nu raakte ik zo oververhit van ergernis dat ik in één keer in het koud dompelbad plonsde.
‘Jij durft!’ zei je bewonderend.
Na de sauna zaten we met onze voeten in een teiltje vol visjes.
‘Het lijkt wel een aquarium,’ mompelde ik, voordat ik mijn voeten in de bak stak.
‘Zoiets doen we niet vaak samen,’ zei jij giebelend, veel te luid. Ik snapte ook wel waarom we zoiets niet vaak samen doen, want je lacht als een meisje.
‘Sst,’ zei ik. ‘Voor schut man, iedereen kijkt naar ons!’
‘Het kietelt zo!’ schaterde je.
Een van de gastvrouwen wees ons streng op de bordjes: ‘stilte’. Ze keek mij boos aan, ze dacht vast dat ik het was die zo ongeremd lachte, waarna jij begon te gieren en de slappe lach niet kon onderdrukken.
‘Sst!’ zei je tegen mij. ‘Ik zei toch al dat je hier stil moet zijn.’
Je deed alsof ik het was die de herrie maakte.
We deden dat weekend alles van het hele wellnessarrangement. Je had er diep voor in de buidel moeten tasten, maar dan had je ook wat, benadrukte je. We ondergingen een verwarmende ‘wrap’. Eerst ingesmeerd met een soort vette modder en daarna werden we als een tortilla wrap in plastic gerold. Ik zag alleen je mond nog maar en die kon nog net zoiets zeggen als: ‘Ik ben een mummie en mijn neus kriebelt.’
Later vertelde je dit verhaal weleens aan je vrienden en bracht het als een ware horror. Want zo hadden wij het ervaren. Het brandde, prikte, benauwde en voelde uiterst onplezierig. De jeuk! Maar we deden het ergens voor, want we zouden er zeker tien jaar jonger uitzien, ondanks de extra grijze haren van de stress.
‘We mogen weer gewoon naar de speeltuin en wippen zonder dat ze ons raar aankijken,’ had je gegrapt, maar dat was voordat je een mummie werd, toen had je nog praatjes.
Na die wrap joeg jij mij een ‘zoutgrot’ in, ondanks mijn angst voor kleinere ruimtes. Er stond maar één stoel, een soort oude-mensen-leunstoel-met-knopjes, de muren gaven licht en er klonk wazige muziek. Jij was in de kamer naast mij, beloofde je. De zoutkamer zou het lichaam en ziel weer helemaal herstellen naar ‘oude staat’, zo ongeveer was de uitleg.
‘Weet je zeker dat je de oude mij terug wil? En niet een heel nieuwe versie?’ vroeg ik je knipogend. Je had me gerustgesteld, na afloop zouden we lekker naar de hotelkamer gaan, om daar als vanouds morgenochtend pas weer vanaf te komen. Dat trok mij over de streep.
De kleine zoutkamer bleek niet eens het ergst, maar een uur lang meditatiemuziek werkte mij enorm op de zenuwen. Ineens voelde ik me zeer eenzaam. Kennelijk was dit iets dat je in je uppie moest ondergaan, teruggeworpen op jezelf, een uur lang luisteren naar snerpende fluitmuziek, gemixt met vogelgeluiden, donderslagen en baarmoedergepruttel…
We stapten min of meer tegelijkertijd uit het zoutkamertje. Het voelde voor mij als een echte bevrijding!
‘Hoe vond je het?’ Je keek me met grote vragende ogen aan, verheugd en nieuwsgierig. Mijn hart brak, want ik zag je hoop en hoeveel moeite je voor mij deed. Ik barstte in huilen uit.
‘Huilen hoort erbij hoor,’ troostte een van de medewerkers. ‘Helemaal niet erg, zelfs de stoerste mannen, die vol tatoeages, die komen hier huilend uit. Het doet wat met je,’ stelde ze gerust.
Jij knuffelde me. ‘Cool man, ze draaiden mijn favoriete muziek! Wat had jij gekozen?’
‘Oh,’ huilde ik en vroeg verbaasd: ‘Kon je kiezen dan?’
Vernietigend keek ik de medewerker aan. Vlug zei ze, op een zoete toon: ‘We hebben ook een restaurantje met een fantastisch menu… Alles veganistisch.’ Daarna maakte ze zich gauw uit de voeten.
Het doet inderdaad wat met je, dacht ik verbolgen.
Jij hield je aan je belofte. Op de kamer had jij een verrassing, een picknickmand vol heerlijkheden. Je maakte mijn dag goed. We aten tevreden de mand leeg en misschien, ja, waarschijnlijk had jij op een wat meer vleselijk dessert gehoopt dan mogelijk bleek, want na zo’n onrustige dag, was ik pas echt moe! Uitgeput viel ik in je armen in slaap. De volgende ochtend werd ik als herboren wakker.
‘Zie je nou wel, dat zo’n weekend je goed doet!’ zei jij enthousiast.

